donderdag 12 november 2015

30e dag van Salceda tot Santiago de Compostela


19 mei 2015. De laatste etappe. Afstand: 29 km. Ruim 8 uren en 30 minuten was de tijd gelopen. De laatste etappe was niet hard. Dus kon ik sneller gaan. Toch waren er bergaf en bergop gradiënt maar wel geleidelijk.


Vanuit Salceda vertrokken we  zonder ontbijt.  Oxen, Ras, A Brea en Rabiña waren kleine dorpjes. Bij O'Empalme, ruim een uur lopen, kwamen we een café tegen. Daar aten we onze ontbijt. Ik had alleen café con leche. Ik heb geen trek om een uitgebreid ontbijt te eten.

Ik paste Sta. Irene  en A Rua.  Bij O Pedrouzo ligt er een grote albergue die is altijd druk met name op vakantie maanden. Vandaar is Santiago Compostela op 20 kilometer afstand. Verder aan. San Anton, Amenal en Cimadevila zijn kleine dorpjes ook. Men liep langs een vliegveld bijna halverwege rond tot San Paio.  Daarna werden de dorpen groter. In Lavacolla had ik mij lunch gehad in een bank dichtbij het cafe.  De dorpsnaam Lavacolla kwam uit een verhaaltje dat vroeger, pelgrims moesten hun kleren wassen voor ze naar Santiago Compostela gingen binnen.  Men kon zien dat ze vuil kleren na honderd of duizenden kilometers lopen hadden.

Nu is de weg naar Santiago de pad langs de autoweg.  We kwamen langs het gebouw van TV Galicia en dan TVE (Television España). We pasten San Marcos en de laatste dorp Monte do Gozo. De laatste genoemd is een monument en cafe van de pelgrims.  Hier meestal deden de pelgrims een par minuten pauze.  Doorgaan op de pad.  Eindelijk staken de pelgrims op de viaduct over de spoor en volgen de weg die heet Rua de San Lazaro. Linkafs  bij Rua de Valiño, rechtdoor bij Rua Angustia,  Ik stopte over en Fruteria en kocht navelinas en cola.  Verder aan kwam ik bij een Bakkerij en kocht ik Spaanse biscuit.  Ik pauzeerde voor en paar minuten. at en drank. Op een bank zag ik Zhanna, Anastasia en een Koreanse meisje.  Even praten met hun en dan was ik weg. Ik volgde Rua do Rosario,  Calle Bonaval, Rua das Casas Reais,

Later vond ik mijn broer, Doug en Vann. Ruim een uur hebben ze voor me opgewacht.  Samen gingen we via Plaza de Cervantes en kleine straten verder naar de Catedral. Mijn broer en zijn hebben voor opgewacht een helft kilometer voor de dom. Samen bereikten we Compostela rond halfvijf 's middags. Voor de dom gingen we poseren voor foto's.  Daarna gingen we naar de kantoor van de pelgrims om in te schrijven voor we kunnen onze certificaat dat we de camino hebben gedaan.

Foto van de dom en we:
Lange file van pelgrims die kwam van verschillende camino route. We kwam tegen mensen die hebben gepakten die zogenaamd zuiden route, van Sevilla naar Compostela, een afstand van 1000 km gelopen. Er waren ook mensen die kwam via de Portugal route. Pelgrims uit de noorden route.
Twee certificaten heb ik gehaald. Een was een gewone dat men de  camino heb gedaan. De andere was voor afstand. 775 km voor de Franse route. Mijn broer, Vann en Ashok hadden dat ook.
Ik zag te weinig eerder gemaakt vrienden die we kenden langs de Franse weg.  Ik telde alleen vijf vrienden. Ik voelde me een beetje triest.
 
We gingen naar de Albergue Meiga Backpackers die ongeveer 1 km van het Dom. Na aanmelden gingen we terug naar de kerk om een mis voor de pelgrims bij te wonen. Het weer was koud en winderig. Men kon beter in de albergue blijven. Maar we hebben besloten naar de kerk te gaan voor de 19 uur mis. Ik verliet de kerk vroeg omdat ik de mis misschien laat kon beginnen.  Ik ging naar supermercado om eten te kopen. Terug naar de albergue. Ik kookte rijst, gebakte eieren en chorizo. Lekker eten heb ik gedaan. Te moe, ging ik douche doen en vroeg slapen.

De video clip klikken hier:
Ik had een gemengde gevoel.  Het was een climax van onze bedevaart maar het is ook een anticlimax  omdat vrienden die ik leerde kennen kon ik niet meer zien.

woensdag 11 november 2015

29e dag van Melide tot Salceda

18 mei 2015. Toen we diner in Melide retaurant aten, was er restanten van brood. Ik heb ze meegenomen voor eten onderweg in de volgende etappe. We vertrokken rond 7:00 uur. Het weer was fijn.  Geen regen en er was zonneschijn.

Achteraf gezien was de afstand van dit etappe eigenlijk 25 km. Maar ik was naar een andere albergue gegaan. Ik moest meer dan 1 km terug lopen naar de juiste albergue waar mijn broer  en zijn vrienden hebben gereserveerd.. Dus heb ik 27 km. eigenlijk gelopen na 9 uren lopen. De etappe was niet hard en niet lang. Alleen dat er te weinig vlakke grond.  Meestal was het bergop en bergaf.  Zie gradiënt kaart hier:


Van de eerder kennis gemaakte pelgrims hebben we niet meer zien. In plaats daarvan zijn nieuwe en meer mensen sinds Barbadelo of op de 27e dag van onze bedevaart. Sommigen die we misten waren niet meer doorgegaan wegens tijdgebrek of blessures geraakt. De anderen zijn voorgegaan van ons groep en hebben gelogeerd een paar kilometer van ons.

De route vond ik mooie. Op veel plekken liepen we op onverharde weg en voetpad.  Er zijn ook veel bebost gebied. 

Na Castañeda, op een bebost weg hebben de Zweedse dame en haar moeder mij ingehaald. Eventjes praten. Ik heb ze gefotografeerd.

Ik heb Arzua, een stad,  bereikt.  In het centrum plein vond ik een Supermercado.  Ik deed boodschapen. Ik kocht navelinas, ttorta mantecado chorizo, fuet, brood en cola.  Totaal kost was bijna een tientje.  Daarna at ik mijn lunch op een bank in het plein.

In Preguntoño zag ik een dame met een Aziatische gezicht.  Ik vroeg waar ze van komt.  Wat een toeval toen zij zei een Filipijnse was.  Zij zei dat ze in Verenigde Staten nu woonde.  Ze was een lid van een guided-tour groep. Ze leerde me met andere medewerkers van de toer bedrijf kennen.  Er was een eettafel vol met eten. Ze hebben me voor een hapje uitgenodigd.  Maar ik had geen zin om te eten.  Niettemin heb ik alleen klein beetje een paar zoetigheid gegeten. Voor we afscheid genomen, zei ik tegen haar dat het beter is om de camino mee te maken vanuit St. Jean Pied de Port als het kan.

Ze met de anderen vormden een toer groep uit Verenigde Staten. Ze kwamen allen van Arizona uit. Ze lopen alleen in kleine etappes. .Ze hadden een zorgvan bij ze. Ik vermoed dat ze een bedevaart van zeven of tien dagen doen. Ze gingen in hotel logeren. Het kost 1.500 per persoon de bedevaart all-in behalve de vliegreis.

Later in een andere zag ik hun groep in een café-restaurant in Calle.  Een paar mensen van hun groep hebben een handje gegeven. Het leek me wel dat de Filipijnse vrouw heeft alles over me verteld aan de groep.

Verder naar Boavista en dan eindelijk Salceda. Ik was op een verkeerde albergue en ik moest terug lopen.  Mijn broer waren aangemeld bij Albergue Turistica.  Het kost 12 euro per bed. Maar mijn broer heeft voor me betaald en ik moest hem terugbetalen.

Douche genomen, kleren gewassen. Eventjes naar bed rusten.  De albergue was modern en chic.  Alleen is er geen wifi in onze kamer maar wel in een beperk wifi zone.

Dinner time: Het kost een tientje. Later hebben geleerd dat de eigeneaars van albergue zijn een Russische stel. Victoria pratte met e eigenars in Russische taal. Chic plek de albergue eetkamer.   Eten was lekker ook.

Zie video clip hier:

dinsdag 10 november 2015

28e dag van Ventas de Naron tot Melide

17 mei 2015. Ik was wakker geworden om 4:00 uur om op de blog te schrijven. Maar ik was te moe en sliep na een paar minuten opnieuw. Ik slaap tot 6:30.  Het was mijn gewoonte om echt vroeg wakker te worden. daarna doe ik in de blog of verzenden of beantwoorden de e-mails even schrijven..  Meestal om zes uur begin ik  mijn spullen voorbereiden en koffie drinken en een beetje van brood eten. Deze keer gaat het anders.

We aten onze ontbijt in de cafe, 5 euro per persoon.  Tussen de mensen die gingen eten, ontmoet we Ginny voor de tweede keer.  We hebben haar in Sto. Domingo de la Calzada eerder gezien.  Ze was met een Nederlandse vrouw.  Ginny heeft wel niet alle etappe gelopen.  Zij heeft wel de camino afgekort door bus of taxi rijden.

Dit etappe heeft een afstand van 26 km. Het kostte me 9 uren lopen.. Er is geen vlakke terrein in Galicia.  Het is altijd bergop en bergaf topografie.  Wat een verschil van de vlakke mesetas. Zie gradient kaart:

De dorpje langs de camino waren dicht bij elkaar. Soms hebben de dorpjes een huis of twee. Af en toe zie men ruine van huizen. Meestal is de liepen we op de zijpad langs de autoweg. Maar er zijn ouderwets en bebost padden.

In Palas del Rei pauzeerde ik. Het was warm. Ik had ergens ijs gekocht.  Ik drank café con leche cola en at een taart in een bar-café.

Langs de weg, ontmoet ik een man op rolstoel en zijn vrouw. Ericus en Suzanne.  Vijftien jaar geleden in Italië zijn rugkraak was gebroken in een duik op een ondiep water. Hij was 19 jaar oud.  De man was geparalyseerd. Hij kon niet meer zijn benen gebruiken.

Ericus bestuurde zijn rolstoel handmatig met de hulp van zijn vrouw.  Het was moeilijk om te zien hoe ze kon dat doen wegens de ruwe omstandigheden van de weg.  Af en toe kregen ze hulp van pelgrims als de weg hard is.  Ze waren van plan om niet alleen Compostela te bereiken maar verder naar Finistierre. Ze hadden ook een hondje, een dachshund. Alledrie maakten een ontzettend mooie gezelschap.

Het was heet. Mij voeten voelden ze heet en pijnlijk. Na Leboreiro kwam ik een middeleeuwse brugje over Rio Seco.  Ik trok mijn schoenen en sokken af en ik liet mijn voeten in del koel water van de beek afkoelen. Meer dan een kwartiertje rustte ik bij de beek.

Sinds Barbadelo miste ik vrienden die we eerder ontmoet hadden. In dit etappe kwam ik alleen een Zweedse meisje en haar moeder die in eerder etappe heb ik ze gezien. Hun bestemming in dit etappe was ook Melide.

Na Furelos was de weg een beetje vlak tot Melide, een stad.  We hebben aangemeld in Albergue O'Cruzeiro. Het kostte 10 euro per persoon.  Ik heb gedoucht, kleren gewas.  Eventjes naar bed rusten.

Geld was bijna op.  Gelukkig waren er Banken dichtbij.  Mijn broer en ik hebben geld van de geldautomaat gehaald.

Zie video clip van de etappe:

Toen het was tijd voor diner.  Geen keuken in de albergue dus moesten we naar een restaurant. Mijn broer en zijn vrienden hebben octopus gerecht besteld. Ik niet omdat octopus pas me niet aan. Ik besteld een andere gerecht.

Na het eten sliepen we slaap vroeg. Moe en uitgeput was ik.



27e dag van Barbadelo tot Ventas de Naron

16 mei 2015. We hadden zoveel restanten.  Dus aten we ontbijt in de albergue kuiken. Er was nog restanten die ik kon wel meenemen voor mijn lunch. We begonnen onze trek vroeg. Het lijk wel dat we een mooie dag zullen hebbe.  Zon zal schijnen. de wind is fris.  Het wordt niet zo warm.

Dit  was vrij lang etappe met de afstand van bijna 30 kilometer. De gradient van de weg was eerst bergop, daarna bergaf en dan de laatste was bergop. Als men ging tellen hoeveel hoogte overal was bereikt men kon bijna 700 meter hoogte geklommen.  Achteraf gezien de trek duurde tien uren  voor me of een tempo van bijna 3 kilometer per uur lopen.




 


Langs de weg zijn meestal kleine dorpjes van een paar huizen tot men Portomarine, een stad, bereikt.   Ze zijn dichtbij elkaar, een kilometer plus of minus met elkaar.  De weg naar Rente, Mercado de Serra, Leiman, Peruscallo,  Cortiñas, Brea, Morgade, Ferreiros, Mirallos, Peña, Couto, As Rozas, Moimentos, Merdadoiro, Moutras, Parrocha en Vilacha zijn verschillrnd.  Meestal vind men op verschillende onverharde en ouderwets weg.  

Na drie uur lopen, kwam ik een kleine cafe-bar tegen in Morgade. Het was vrij druk in de terras.  Ik had mijn cafe con leche en taart binnen gehad. Een paar minuten later was ik op weg.  Te lang pauze is niet voor me omdat als ik langer pauze wordt mijn benen  en andere spieren stjf.

De laatste dorp, Vilacha, voor Portomarin heb ik wel bereikt. Vandaar kon men Portomarin kijken. Toen we de stad naderden, zagen we een meer.  Er moest een stuwdam langs de rivier Rio Miño zijn.  Ik staak over de brug over.  De poort nar de stad is een groot beton trap op misschien 50 meter in hoogte. Trap treden heel langzaam aan. Daarna was ik verder gegaan. Op een receptie van een albergue moest ik pauze nemen. Ik pakte een kola bij een automaat.  Even praten met de conciërge.  Daarna liep ik naar beneden en pakte ik de autoweg.  Toevallig de rest van Cesar's groep hadden me gezien. Ze hadden mij geroepen.  Ze vertelden dat ik op een verkeerde pad was.  Ik ging samen met hun.  Hoe kwamen dat ze me ingehaald terwijl ze eerder begonnen hebben. Wel hadden ze een lange lunch pauze gehad in de stad.  Jammer dat ik ze niet gezien heb. Jenn en Victoria waren niet met hun. Allebei waren uitgeput en moe. Ze pakten een taxi naar het eind van de etappe.


Na Portomarin, was de weg meestal saai tot Ventas de Naron. Vaak liep ik naast de autoweg. Eerder was er een bebost route.  De zon was heet en ik heb een keer een pauze genomen.  De dorpjes ware ver bij elkaar. Toxibo was meer dan 5 kilometer van portomarin. Gonzar was meer dan 4 kilometer van Toxibo.  Langs de weg heeft Vann me ingehaald.  Wat een verrassing. We hebben hem in Hospital de Orbigo achtergelaten.  Hij droeg geen rugzak om sneller te gaan. Zijn rugzak was eerder vervoerd naar het eind van de etappe. Daarna heeft hij me achtergelaten.

In Gonzar kwam ik Vann tegen. He was aan het pauzeren en eten in een café terras. Ik pauzeerde ook. Ik had cola en taart gehad want ik voelde me dorstig en hongerig.  Later ging hij voor. Ik ging pas Castromaior. Lopend langs de weg, heb ik een foto opgenomen over de landschaap van Galicia vanuit Castromaior.  Zie hier:




Nog een dorp te gaan, Hospital da Cruz, voor ik Ventas de Naron bereikt.  Ik voelde me moe en uitgeput toen de eindbestemming bereikte.  De albergue Ventas O'Cruceiro was mooie.  We kregen bed die niet gestapeld met een ander bed boven. Douche genomen.  Daarna lekker eten. Lekker vlees gerecht met frieten. Na het avondeten, ging ik naar bed slapen. Dat deden de anderen ook.

Zie video clip van de etappe hier:


Zo ver, hadden we 700 km gelopen. We moeten nog 75 km. lopen naar Santiago de Compostela.
Foto: Galicia landschaap.

26e dag van Triacastela naar Barbadelo

Afstand 24 km. Het is niet hard . Aangezien dat  de hoogte van meer dan 100 meter twee keer moesten we passen. Toch zijn er in dit Galicia landschaap niet zo zoveel vlakke weg.  Het is meestal bergop en bergaf hier en daar. Achteraf gezien toen ik klaar was met dit etappe, het kostte me meer dan zes uren te gaan doen.


(Bron: http://caminodesantiago.consumer.es/los-caminos-de-santiago/frances/)
Ik begon vroeg. Mijn broer en de rest gingen later omdat ze de bagage van de dames vervoer regelen. De taxi kantoor waarover ze konden regelen was dicht en ze moesten tot 8:00 uur tot de kantoor gaat openen.
Ik ging door.  Er was een alternatieve route maar ik pakte het niet.  De weg steeg tot San Xil. Het is een kleine dorp met een paar huizen. Ik staak de pas van Alto de Riocabo over. Daarna de weg daalde geleidelijk.  Montan was ook een kleine dorp met een paar huizen. Zo is Furela, Pintin en Aguida.
Allemaal zijn oude dorpjes met hun kromme een hoofdstrat. San Mamede is ook heel klein.
Sarria is een redelijke grote stad. In een alimentatie winkel heb ik brood, fuet en cola gekocht.
At en drank ik als ik langs in het centrum liep. Bijna aan het eind van het centrum is de bekende plek van Rua Major waarin zitten veel albergues en bar-cafes, restaurants en terrasen. Hier eigenlijk is de lievelings plek van de pelgrims. 

Buiten de stad kwam ik een oude abdij tegen -- de Abdij Magdalena -- gebouwd in 1300 eeuw.  Daarna was de weg bergaf tot men zou een echt heel oude en kleine Romeinse brug over Rio Celerio.  Voor een tijd liepen de pelgrims in de dal.  Ik staak een autoweg en een spoor over.
Daarna begon de weg te stijgen. Op weg naar boven pakte ik biscuit van een donaties kraan.  Niemand was daar en ik liet een paar centen bij de donaties box.  De pelgrims en ik klimmen verder.  Toen ik bijna Vilei bereikte kwam ik tegen Lazlo, die ik eerder ontmoet in Estela.  Ik vroeg hoe komt dat je hier bent zei ik tegen hem.  Omdat hij snel kon lopen, verwachtte ik dat hij is verder weg.  Hij zei dat hij een paar dagen wegens blessure moest rusten.  Hij laat me de pleisters die door Anna aan hem gegeven op zijn been zien.  Daarna heeft me achtergelaten.

Eindelijk heb ik Albergue O Pombal bereikt.  Ik melde aan. Het was een mooie albergue, schoon en heeft een gezellig sfeer. Het heeft een keuken dus konden we koken. Ik heb gedoucht, kleren gewassen met de zeep van de albergue omdat mijn zeep in Triacastela achterlaten was. Gelukkig was er ook shampoo. Kleren was snel droog omdat het een warm en winderig dag was.  Na een tijd kwam my broer, Doug en Jenn binnen.  Ze gingen aanmelden.  We waren in een kamer. De andere leden van Cesars groep waren in andere albergue.
De rugzak van Jen is nog niet gekomen.  De hospitalero regelde.  Hij telefoneerde mensen die betrokken met leveren van bagage.  Ruim een uur kwam een taxi.  De chauffeur heeft de rugzak van Jenn mee gebracht.
Toevallig heeft de albergue een kleine alimentatie voorraad.  We kopen alle benodigheden voor onze diner.  Cesar kookte. We  hadden de hele keuken voor ons alleen. In tijd hebben we een uitgebreid recepten voorbereid.  We aten omelet, gebakken rijst, noedel soep en bonen met varkensvlees erin. Later na het diner maakte ik koffie met gemalen koffie.




Zie video clip van de etappe hier:


We moeten nog 109 km. om Santiago de Compostela te bereiken. Zo ver hadden we 666 km. gedaan.
Om bij te houden, soms pakten de vrouwen de taxi of wel laten ze hun rugtassen via taxi naar de volgende bestemming. Blaren hebben twee vrouwen er last van. Toch gaan ze door. Er was ook een discusiie of we in dit afstand in vier of vijf dagen moesten doen. Eindelijk  besloten we om 4 dagen de hele resterende afstand te doen.

25e dag van Ruitelan naar Triacastela

14 mei 2015. We moesten nog ontbijt in de albergue hebben.  Het was  vrij eenvoudig ding. Brood, oplos koffie, melk, yoghurt, jam, dat was het.  Daarna moesten we afrekenen voor de logies en eten.  Daarvoor heb ik betaald 15 euro voor alles. Redelijk genoeg.

En dan de trek. De etappe was hard. Kijk aan de kaart:

 (Bron: http://caminodesantiago.consumer.es/los-caminos-de-santiago/frances/)

De afstand was 32 km. De eerste 20 km was meestal bergop met een hard klim van 300 meter naar het dorp Faba.  Nog moesten we verder stijgen tot ruim 400 meter. Er waren drie cols dat we moesten passen. Eerst was O Cebreiro, dan Alto San Roque en de derde was Alto Polo. De cols waren ruim 1300 meters hoog. Bij de laatste was heb na 8 uren bereikte. De laatste 12 km was de daling tot bijna 700 meter naar beneden. In som, heb ik 10 uren en 40 minuten besteed voor  dit etappe. Je kon dit vergelijken met de Pyrenees oversteken.

 De eerste dorpje die we kwamen was Las Herrerias.  De weg was vrij vlak tot Hospital, een kleiner dorpje.  Daarna de weg steeg.  Ik bereikte La Faba in een langzaam tempo. Dit was een kleine dorp. De zoon scheen niet en het was vrij fris morgen, en vrij mistig toe.  Na ruim drie uren lopen bereikte  de grens van Galicia.   Hongerig en dorstig heb ik in een bar-café in La Laguna con leche en een groot stukje chocolade cake.

Verder aan. De weg steeg.  Mist en regenbui raakten ons. Ik droeg mijn poncho aan. De temperatuur daalde. Maar ik en andere pelgrims moesten doorgaan. Eindelijk bereikte ik O Cebreiro col.  In een cadeauwinkel kocht ik postkaarten en zegels. Na schrijven in de postkaart heb ze ingeleverd bij de winkel.  Het lijk wel dat O Cebreiro een bekende rustplaats voor pelgrims met de aanwezigheid van winkels, cafés en albergues.  Ik moest nog verder aan na een kwartiertje rusten. Dit is maar de eerste col.  Er zijn nog twee cols dat ik moest oversteken. Overal in de bijna hele stuk van Galicia zie men schitterend panorama van kleine dorpjes, pastoraal landschaap,  ravijnen en kloven, wolken die weg bedekte. Mistig en koud, de pelgrims trokken hun poncho aan tegen de wind en kou. Het is alsof men in Zwitserland is.

Ik liep voor een tijd op een bergrug een daarna was het geleidelijk bergaf tot Linares, nog een kleine dorp.  Ik kocht een cola en een pakketje amandelen bij een winkel omdat ik dorst en honger heb. Na een daling de weg steeg  tot de pas van Alto San Roque.  Langzaam tempo deed ik. Na de pas was het bergad tot Hospital de Condesa. Daarna steeg de weg tot de pas van Alto de Poio (1335 m. hoog.)  Dus als men de hoogte bereikt gaat tellen, heb men 675 meter hoog bereikt vanuit Ruitelan op de hoogte van 671 meter boven de zeespiegel.  Op de col was er een café.  Cola drinken en de rest van de amandelen opeten. Even praten met een stel van Nederlanders.  Kort rusten deed ik. Acht uren heb ik wel besteed om de laatste col te bereiken. Ik moest nog ruim 12 kilometer meer lopen.  Gelukkig de weg daalde tot Triacastela.  Als ik een tempo van 3 kilometer per uur doen dan kon ik Triacastela in 3 uren bereiken.

Fonfria, O Biduedo zijn kleine en heel oude dorpjes.  In een dorp was er iemand die hebben biscuit aangeboden. Donaties vraag zij. Ik pakte een sinaasappel en biscuit. Ergens in Filloval, op een terras van een café heb ik Igor, Anna en Anastasia (zij voor het eerst) ontmoet. Waarom heb ik ingehaald de jongelui? Ze hebben hun weg kwijt, zeiden ze.

Verder liepen we samen tot Triacastela. Omdat het bergaf is kon ik ze bijhouden.  Ze waren vrolijk aan het lopen  Spelen in snel tempo doen.  Gelukkig heb ik ze op video opgenomen.


Zie video clip hier:

Het was 6 uur 's avond toen ik Triacastela bereikte.  Het koste me 11 uren lopen met een tempo van bijna 3 kilometer per uur.

Wat een toeval heb ik hun albergue gezien. Ik melde daar in hun plek.  Had ik ze niet gezien zal ik in andere albergue gaan logeren. Meteen samen met mijn broer en Doug gingen we boodschappen doen voor onze avondmaaltijd. Kippen gerecht en soep, vis en rijst hadden we. Ashok, Mei, Jen, Viktoria waren ook mee.


Tot Santiago de Compostela, moeten we nog 134 km. lopen. We hebben besloten om dit stuk in 6 dagen te gaan doen. Hopelijk dat ik geen hoge bergen gaan oversteken. In Spanje kun men veel verrassingen tegen komen.


24e van Cacabelos naar ?

13 mei 2015. Wij waren niet zeker waar onze eindbestemming voor dit etappe was.  Daarom was de vraagteken in de titel geplaatst.  We gingen door lopen. Eindelijk stopten we in Ruitelan. De etappe afstand was 26 km. Zie kaart:



(Bron: http://caminodesantiago.consumer.es/los-caminos-de-santiago/frances/)

Van Cacabelos vertrokken we een beetje vroeg. De weg steeg geleidelijk en loop ik langzaam en mijn broer heeft me achtergelaten.  Twee kilometer verderop mijn broer en zijn vrienden, Doug en Jen, waren in een café aan het ontbijten.  Ik pauzeerde met hun en ging ontbijt eten.  Ze hebben restanten van omelet en ontbijt spek gehad en ze hebben me gevraagd of wil ik hun restanten eten.  Wel dat een paar cent besparen. Ik had alleen café con leche en at de restanten omelet en ontbijt spek.

We zag een pelgrim met een korte joggingbroek.  Hij droeg een draagkaart.  Een buitenbeentje. Ik heb een foto van hem opgenomen. Ik heb hem gevraagd waar ging hij naartoe.  "Compostela" was de antwoord.  Hij was of Italiaanse  van afkomst en hij loop marathons.  Zo, daarom hij met de korte rennersbroek aan heeft.

Na een tijd langs de autoweg, pakten we een onverharde route die tussen de heuvels en wijnbouwgebieden. Ze hebben me achtergelaten. Gelukkig was heuvels niet zo hoog.  De landschaap was prachtig en de weg was vol met bomen.

Na twee uren lopen bereikte ik Villafranca de Bierzo,  een stadje.  Bij de kerk vond ik mijn broer en zijn vrienden aan het pauzeren. Jen had een pijnlijk blaar.  Anna, de Hongaarse meisje kwam langs. Even met haar praten over blaren.  Ze heeft ons laten zien dat ze ook een grote blaar heeft.

Ik ging verder aan. Ondertussen kwam ik tegen de marathon man opnieuw. Anna kwam ook bij. Even met hem praten.  Verder bij de plein, in een alimentatie winkel kocht ik cola (1,00 euro), salami(1,63) en fuet(1,70) voor mijn lunch.  Ik staak de brug van Rio Burbia over.  Ik vond een supermarkt en kocht sinaasappels.  Een par meter verder kwam ik een splitsing tegen. Als ik begon de bergachtige weg lopen, een bewoner zeg dat ik de andere weg moest gaan pakken. De bergopwaarts route is "duro" of hard. De weg lang de rivier is makkelijker zei ze. 

Dar betekent de weg langs Rio Valcarce.  De zon scheen hard en het was heet. Bij Pereje moest ik pauze nemen en drank café con leche.  Geen torta want ik geen honger heb alleen dorst wel. Ik zag Anna die kwam bij de terras buiten. Even met haart praten.  Eerder heeft zij gepauzeerd ergens langs de weg.  Ik liet haar achter.

Ik kwam pas bij Trabadelo.  Ergens op weg moest ik stoppen onder de schaduw van de bomen. Mijn voet deed pijn. De hitte is te veel. Ik trok mijn schoenen en sokken af.  Later kwam Anna pas langs. Ik moest nog rusten.  Na een paar minuten was ik ook weg.  Bij La Portela de Valcarce was er een fontein.  Hier had ik mijn lunch gehad.  At ik twee sinaasappels brood en fuet. Omdat ik dorst had, drank ik water van de fontein terwijl daar was een waarschuwing -- agua non-potable (water is niet beschikbaar voor drinken.) Niks aan de hand, voelde ik me normaal.

Langs de weg kwam ik voor het eerst Igor (uit Moldova) tegen.  Hij vroeg me of ik een Russische dame(Anastasiya) gezien heb. Nee die heb ik niet gezien, zei ik.

Verder langs Ambasmestas, dan bij Vega de Valcarce.  Allebei zijn niet zo kleine dorpjes.  Eindelijk kwam ik bij Ruitelan. Ik zag mijn broer op een Albergue.  Hij zei dat ik daar kon logeren. Ik vroeg hem of er een wifi aanwezig is.  Hij zei: geen.  De andere albergue wel, zei hij.  Dus ging ik verder aan tot ik de Albergue Potala Pequeño bereikte. Aanmelden. De hospitalero heeft me gevraagd of ik snor. Omdat ik snor heeft hij me geplaatst in alleen in een kamer. Leuk. Het maakt niet uit of ik alleen in matras op de vloer zou gaan slapen. Ik beschouw ik als een luxe ding om alleen te zijn in een kamer.

Het is een gastvrij albergue. Het was bijna vol.  Gelukkig kon ik nog warm water douche hebben en kleren wassen en ophangen. De zon en de wind droegen de kleren snel.  Bij terras ontmoet ik Mach uit Zwitserland. Van hem heb ik gehoord een verhaaltje over de camino. Dit was het verhaaltje: Er was een advocaat in Duitsland. Hij has een succesvol praktijk samen met een advocaat collega.  Hij had ook een mooie vrouw.  Maar zijn vrouw verliet hij en ging mee met zijn advocaat collega.  Hij kunnen met zijn collega met de praktijk niet meer samengaan. Hij verloor zijn praktijk en was in blut geraakt.  Vaak dacht hij dat hij niet meer leven wou.  Over de St. Jacobsweg had hij toevallig gehoord.  Eindelijk beslist hij om te doen. Dus begon hij -- zonder geld en alleen wat hij had in zijn rugzak, lopend. Met veel moeite soms slaap hij op straat zoals een dakloos mens als hij niet een dak kon vinden.  Tot Santiago Compostela had hij bereikt.  Voor hem was het een soort verlossing, dat hij zijn leven kon vinden.  Wat gebeurt daarna vroeg ik aan Mach.  Hij zei dat hij  over wat gebeurt daarna niet meer wist.

Dinner tijd! Het was lange tafel. De kok heeft voor ons een pelgrims maaltijd voorbereid.  We hadden een drie gangen menu.  Eerst was de zalm salade en tomaten soep, de tweede gang was spaghetti carbonara, de derde was rijst pap. Lekker. Met name als men honger heeft.


Logies en diner betalen moesten we morgen afrekenen doen. Voor morgen krijgen we nog ontbijt.

Klik video hier:




Nog 163 km. meer te lopen naar Santiago. Zover hadden we 612 km. gelopen.